Dieren in Nederland
Deze lijst bevat soorten uit de kennisbank met een populatie in Nederland of België, of een soort die hier regelmatig te zien is. Een dierentuinsoort zonder wilde populatie staat er niet bij.
Lees ook over de tuin, de kust, bossen en wetlands.
Zoogdieren

Bever
Castor fiber
De Europese bever is het grote knaagdier van rivier en moeras, met een platte schubbige staart. Hij eet planten, geen vis. In Nederland is de soort terug na herintroductie.

Bruine rat
Rattus norvegicus
De bruine rat leeft wereldwijd bij mensen. De tamme rat is dezelfde soort, gefokt op kleur en temperament, niet een aparte diersoort.

Bunzing
Mustela putorius
De bunzing is de wilde marter met het lichte masker. De fret is de gedomesticeerde verwant, lichter van kleur en geen wilde soort.

Cavia
Cavia porcellus
De cavia is een Zuid-Amerikaans knaagdier dat wereldwijd als huisdier leeft. Een wilde populatie van ditzelfde huisdier is er niet; verwante soorten leven wél in de Andes.

Das
Meles meles
De das is het nachtdier met de zwart-witte kopstrepen. Hij leeft in een burcht en eet vooral regenwormen, geen menu van alleen vlees.

Egel
Erinaceus europaeus
De egel is het nachtdier van de tuin, met stekels in plaats van een zachte vacht. Hij eet vooral wormen, slakken en insecten, en houdt in de winter een winterslaap.

Fret
Mustela furo
De fret is een gedomesticeerde marter, verwant aan de bunzing. Het is een roofdier en geen knaagdier, ook al wordt hij soms naast hamsters verkocht.

Geit
Capra hircus
De geit is een wendbare herkauwer, gehouden voor melk, vlees en begrazing. Ze klimt en vreet meer blad en twijg dan een schaap.

Gewone zeehond
Phoca vitulina
De gewone zeehond is de zeehond van Waddenzee en Zeeuwse delta. De grijze zeehond is een andere soort, met een langere snuit.

Goudhamster
Mesocricetus auratus
De goudhamster, ook Syrische hamster genoemd, is de hamster die het meest als huisdier wordt gehouden. Het is een solitair dier, geen groepsmuis.

Grijze zeehond
Halichoerus grypus
De grijze zeehond is groter dan de gewone zeehond en heeft een lange, rechte snuit. Mannetjes zijn duidelijk zwaarder dan vrouwtjes. In de Waddenzee liggen beide soorten, maar het zijn geen varianten van één dier.

Haas
Lepus europaeus
De haas is groter dan een konijn, met langere oren en langere achterpoten. Hij graaft geen hol: de jongen worden behaard en met open ogen geboren in een ondiep leger.

Hond
Canis lupus familiaris
De hond is het gedomesticeerde dier dat afstamt van de wolf. Rassen verschillen zo sterk in formaat en vacht dat één gewicht of één schofthoogte de soort niet dekt.

Huismuis
Mus musculus
De huismuis is het kleine knaagdier dat in gebouwen leeft. ‘Muis’ alleen is geen soort: veldmuis, bosmuis en spitsmuis zijn andere dieren, en een spitsmuis is niet eens een knaagdier.

Kat
Felis catus
De huiskat is een kleine katachtige die al duizenden jaren bij mensen leeft. Ze is een echte vleeseter, ook als ze brokken uit een zak eet.

Konijn
Oryctolagus cuniculus
Het konijn is een haasachtige, geen knaagdier. Het tamme konijn en het wilde konijn zijn dezelfde soort, met een heel verschillende leefwijze.

Mol
Talpa europaea
De mol leeft onder de grond en gooit de molshopen op die je in het gazon ziet. Hij is niet blind: de ogen zijn klein en grotendeels in de vacht verborgen.

Mongoolse gerbil
Meriones unguiculatus
De Mongoolse gerbil is een knaagdier uit droge steppen, vaak als huisdier gehouden. Hij graaft, springt en leeft in een familiegroep, anders dan een goudhamster.

Otter
Lutra lutra
De otter is de viseter van schone rivieren en moerassen. De staart is rond en gespierd, niet plat zoals bij een bever. In Nederland was de soort weg en is hij terug, nog steeds schaars.

Paard
Equus caballus
Het paard is een gedomesticeerde onevenhoevige. Mensen gebruiken het als rijdier, trekdier en gezelschapsdier. Pony's horen tot dezelfde soort.

Ree
Capreolus capreolus
Het ree is het kleine hert van bosrand, akker en duin. Een bok draagt een klein gewei. Een ree is geen edelhert: kleiner, met een witte spiegel en zonder groot takgewei.

Rode eekhoorn
Sciurus vulgaris
De rode eekhoorn is de inheemse eekhoorn van Nederlandse bossen en parken. De vacht is roodbruin tot bijna zwart, en in de winter draagt hij vaak oorpluimen. De grijze eekhoorn is een andere soort.

Rund
Bos taurus
Het rund is het boerderijdier dat in de volksmond koe heet. Een koe is een vrouwtje dat meestal al gekalfd heeft. Stier en os zijn de mannelijke dieren.

Schaap
Ovis aries
Het schaap is een gedomesticeerde herkauwer, gehouden voor wol, vlees, melk en begrazing. Een ooi is het vrouwtje, een ram het mannetje.

Varken
Sus domesticus
Het varken is een gedomesticeerd evenhoevig dier. Het wilde zwijn is de wilde verwant en leeft wél in Nederlandse bossen. Een zeug in een stal is dat zwijn niet.

Vos
Vulpes vulpes
De rode vos is de hondachtige van bosrand, duin en stad. Een vos is geen kleine wolf en geen kat, ook al jaagt hij alleen.

Wolf
Canis lupus
De wolf is de wilde hondachtige waarvan de hond afstamt. In Nederland is de soort terug. Wereldwijd is ze niet bedreigd; juridisch is ze in Europa streng beschermd.
Vogels

Blauwe reiger
Ardea cinerea
De blauwe reiger is de grote grijze vogel aan de slootkant, ook midden in de stad. Hij eet vis, maar ook mollen en muizen in het gras. Een ooievaar is witter en heeft rode poten.

Boerenzwaluw
Hirundo rustica
De boerenzwaluw is de zwaluw met de diep gevorkte staart en de rode keel, die in een stal of schuur nestelt. De gierzwaluw is een andere vogel: donkerder, met sikkelvleugels, en geen familie.

Bosuil
Strix aluco
De bosuil is de ronde, bruine uil van oud loofbos en parken. De roep is het bekende ‘oe-hoe’, niet de schreeuw van een kerkuil.

Buizerd
Buteo buteo
De buizerd is de roofvogel die je het meest boven weilanden ziet cirkelen. Het verenkleed loopt van bijna wit tot donkerbruin. De soort is geen havik.

Ekster
Pica pica
De ekster is een kraaiachtige met een lange staart en een zwart-wit verenkleed dat in de zon groen en blauw glanst. Het is een zangvogel, ook al kraakt de roep.

Fuut
Podiceps cristatus
De fuut is de viseter met de zwarte oorpluimen in de zomer. Het is geen eend: de snavel is dolkvormig en de poten staan ver naar achteren. Kuikens rijden op de rug van een ouder.

Gierzwaluw
Apus apus
De gierzwaluw is de donkere zomervogel die gillend langs daken scheert. Het is geen zwaluw. Hij landt bijna nooit: eten, drinken en slapen gebeuren in de vlucht, behalve op het nest.

Havik
Accipiter gentilis
De havik is een bosroofvogel met korte ronde vleugels en een lange staart. Vrouwtjes zijn duidelijk groter dan mannetjes. Sommige recente indelingen plaatsen de soort in het geslacht Astur.

Heggenmus
Prunella modularis
De heggenmus lijkt op een mus, maar is het niet. De snavel is dun, de kop leigrijs en de flanken gestreept. Hij scharrelt onder de heg, niet in een luidruchtige groep op de dakgoot.

Houtduif
Columba palumbus
De houtduif is de grote duif van park en akker, met een witte vlek in de nek en een witte band over de vleugel. De stadsduif is kleiner en heeft die nekband niet.

Huismus
Passer domesticus
De huismus hoort bij huizen, heggen en stofbadjes. Het mannetje heeft een grijze kruin en een zwarte bef. De ringmus, met een wangvlek, is een andere soort.

IJsvogel
Alcedo atthis
De ijsvogel is de blauworanje vogel die als een pijl het water in duikt. De naam zegt niets over ijs: een strenge winter is juist een risico, omdat vis onbereikbaar wordt.

Kauw
Coloeus monedula
De kauw is de kleine, grijze kraai met een lichte iris. Hij broedt in schoorstenen en holtes en vliegt vaak in paren binnen een groep.

Kerkuil
Tyto alba
De kerkuil is de lichte uil van schuren en kerktorens. Het gezicht is hartvormig. Het is geen bosuil: die is bruin en broedt in een holle boom.

Knobbelzwaan
Cygnus olor
De knobbelzwaan is de grote witte zwaan met een oranje snavel en een zwarte knobbel. Wilde zwaan en kleine zwaan hebben een gele snavel en geen knobbel.

Koolmees
Parus major
De koolmees is de grootste mezensoort in de tuin, met een zwarte stropdas op een gele buik. Het lied is een herhaald ‘teacher-teacher’.

Meerkoet
Fulica atra
De meerkoet is zwart met een witte snavel en een wit voorhoofdschild. Het is geen eend: de tenen zijn gelobd, niet verbonden door een zwemvlies.

Merel
Turdus merula
De merel is de zwarte lijster van het gazon. Het mannetje is glanzend zwart met een gele snavel. Het vrouwtje is donkerbruin.

Ooievaar
Ciconia ciconia
De ooievaar is de grote zwart-witte vogel op weidepalen en nesten op daken. Hij kleppert met de snavel in plaats van te zingen. De meeste Nederlandse broedvogels trekken naar Afrika.

Pimpelmees
Cyanistes caeruleus
De pimpelmees is kleiner dan de koolmees en heeft een blauwe kap. Hij hangt graag aan de uiteinden van dunne takken.

Roodborst
Erithacus rubecula
De roodborst is de kleine zangvogel met een oranje borst. In de tuin is het vaak een fel individu dat een voedselplek verdedigt, niet een groep.

Slechtvalk
Falco peregrinus
De slechtvalk is de vogel met de hoogste gemeten duiksnelheid. Die snelheid geldt voor de stootduik, niet voor gewone vlucht. In Nederland broedt de soort op hoge gebouwen en in groeves.

Spreeuw
Sturnus vulgaris
De spreeuw is de donkere tuinvogel die in een groep over de wei loopt en ’s avonds in een wolk kan samenkomen. In de zon glanst de vacht paars en groen. Het is geen merel: de snavel is spits en de staart kort.

Torenvalk
Falco tinnunculus
De torenvalk is de valk die stilstaat in de lucht, een ‘bidden’, boven een berm. Hij eet vooral veldmuizen. Een buizerd is groter en bidt niet op die manier.

Vink
Fringilla coelebs
De vink is de zaadeter met de witte vleugelstreep. Het mannetje heeft een blauwgrijze kruin en een roze borst. Het vrouwtje is bruiner en wordt vaak voor een mus aangezien.

Wilde eend
Anas platyrhynchos
De wilde eend is de bekende eend van de vijver. Het mannetje in prachtkleed heeft een groene kop. Het vrouwtje is bruin. Soepeenden zijn vermengd met tamme eenden en vaak donkerder of bonter.

Zeearend
Haliaeetus albicilla
De zeearend is de grootste roofvogel die in Nederland broedt. Een volwassen vogel heeft een witte staart en een gele snavel. Jonge vogels zijn donkerder en worden vaak met een steenarend verward.

Zwarte kraai
Corvus corone
De zwarte kraai is egaal zwart en leeft in paren. De bonte kraai, met grijze romp, is een zustervorm die in Nederland vooral 's winters opduikt.
Insecten

Aardhommel
Bombus terrestris
De aardhommel is een grote, dichte bij met gele banden en een wit achterlijfpunt. Hommels zijn bijen. Een hommel alleen op de eerste lentedag is meestal een koningin.

Akkerhommel
Bombus pascuorum
De akkerhommel is de bruinoranje hommel zonder witte kont. De aardhommel heeft gele banden en een wit achterlijfpunt. Beide zijn hommels, en dus bijen, geen wespen.

Atalanta
Vanessa atalanta
De atalanta is een trekvlinder met een zwarte vleugel, een rode band en witte vlekken in de vleugelpunt. In Nederland is het een bekende tuinvlinder die niet elke winter hier blijft.

Blinde bij
Eristalis tenax
De blinde bij is een zweefvlieg die op een honingbij lijkt. Het is geen bij: er is één paar vleugels, en het dier kan stil in de lucht hangen. De ogen werken; de naam is misleidend.

Citroenvlinder
Gonepteryx rhamni
De citroenvlinder lijkt op een blad. Het mannetje is citroengeel, het vrouwtje bleek groenwit. Beide hebben een puntige vleugel en een oranje vlek in het midden.

Dagpauwoog
Aglais io
De dagpauwoog is een dagvlinder met vier oogvlekken. De naam lijkt op nachtpauwoog, maar dat is een andere soort en een nachtvlinder.

Distelvlinder
Vanessa cardui
De distelvlinder is een trekvlinder die in sommige jaren massaal door Nederland vliegt. De vleugel is oranje met zwarte vlekken en een witte punt. De atalanta, een familielid, heeft een rode band op zwart.

Gehakkelde aurelia
Polygonia c-album
De gehakkelde aurelia heeft een gekartelde vleugelrand en een witte C op de onderzijde. Met dichte vleugels lijkt de vlinder op een dor blad. Hij overwintert als vlinder.

Gewone mestkever
Geotrupes stercorarius
De gewone mestkever is een glanzend zwarte of blauwzwarte kever die gangen graaft onder mest. Hij rolt niet altijd een bal, zoals de mestkevers uit Afrikaanse documentaires.

Gewone steekmug
Culex pipiens
De gewone steekmug is de mug die ’s nachts in huis zoemt. Alleen het vrouwtje steekt, omdat zij bloed nodig heeft voor de eieren. Het mannetje drinkt nectar.

Gewone wesp
Vespula vulgaris
De gewone wesp is de gele limonadewesp. Het gezicht heeft een anker- of dolkvormige zwarte tekening. De Duitse wesp lijkt sterk op haar en heeft meestal drie stippen op het gezicht.

Gouden tor
Cetonia aurata
De gouden tor is een metaalgroene kever die op bloemen zit, vaak op vlier of roos. In de vlucht laat hij de dekschilden dicht, anders dan een meikever.

Honingbij
Apis mellifera
De honingbij leeft in een volk met één koningin en duizenden werksters. Een bij op een bloem kan ook een wilde bij of een zweefvlieg zijn. Deze pagina gaat over Apis mellifera.

Hoornaar
Vespa crabro
De hoornaar is de grootste sociale wesp van Nederland. Het borststuk is roodbruin, niet felgeel zoals de gewone wesp. De Aziatische hoornaar is een andere soort.

Huisvlieg
Musca domestica
De huisvlieg heeft één paar vleugels. Ze steekt niet. De larve is een made in rottend materiaal.

Klein koolwitje
Pieris rapae
Het klein koolwitje is de witte tuinvlinder waarvan de rups op kool leeft. Het groot koolwitje is een andere soort, forser, met zwaardere zwarte vleugelpunten.

Kleine vos
Aglais urticae
De kleine vos is oranje met zwarte vlekken en een rij blauwe maanvlekjes langs de vleugelrand. De vos als zoogdier heeft er niets mee te maken; de naam komt van de kleur.

Koninginnenpage
Papilio machaon
De koninginnenpage is de grote gele vlinder met zwart en een blauwe band, en een staartje aan de achtervleugel. De rups zit op peen, venkel en andere schermbloemen.

Lantaarntje
Ischnura elegans
Het lantaarntje is een kleine waterjuffer met een lichtblauw ‘lantaarntje’ op het einde van het achterlijf. Mannetjes en vrouwtjes zien er verschillend uit, en vrouwtjes hebben meerdere kleurvormen.

Meikever
Melolontha melolontha
De meikever is de grote bruine kever die in mei rond bomen vliegt. De larve is een engerling in de bodem en leeft veel langer dan de kever.

Nachtpauwoog
Saturnia pavonia
De nachtpauwoog is een nachtvlinder met oogvlekken op alle vier de vleugels. Het mannetje vliegt overdag op zoek naar een vrouwtje. De dagpauwoog is een andere soort.

Oranjetipje
Anthocharis cardamines
Het oranjetipje is een voorjaarsvlinder. Alleen het mannetje heeft oranje vleugelpunten. Het vrouwtje is wit en lijkt daardoor op een koolwitje, tot je de groene marmering aan de onderzijde ziet.

Viervlek
Libellula quadrimaculata
De viervlek is een echte libel met een donkere vlek op elke vleugel. Waterjuffers zijn slanker en vouwen de vleugels in rust meestal dicht. Deze soort doet dat niet.

Zevenstippelig lieveheersbeestje
Coccinella septempunctata
Het zevenstippelige lieveheersbeestje is rood met precies zeven zwarte stippen. Andere lieveheersbeestjes hebben een ander aantal of een ander patroon.
Reptielen en amfibieën

Adder
Vipera berus
De adder is de enige giftige slang van Nederland. Een zigzag op de rug en een verticale pupil zijn de klassieke kenmerken. De tekening kan vaag zijn. Blijf op afstand.

Alpenwatersalamander
Ichthyosaura alpestris
De alpenwatersalamander is in het water herkenbaar aan de oranje buik zonder vlekken en, bij het mannetje, een lage kam. Op het land is het dier donker en onopvallend.

Boomkikker
Hyla arborea
De boomkikker is klein, groen en klimt met hechtschijven aan de tenen. In Nederland is de soort zeldzaam en luidruchtig in de paartijd.

Bruine kikker
Rana temporaria
De bruine kikker is de kikker van het voorjaar: kikkerdril in de sloot, en daarna een leven op het land. De rug is bruin, niet groen.

Gewone pad
Bufo bufo
De gewone pad is wrattig, loopt meer dan hij springt en legt eisnoeren. Achter het oog zit een grote oorklier. Het is een amfibie, geen reptiel.

Gladde slang
Coronella austriaca
De gladde slang is de kleinste en meest verborgen slang van Nederland. Ze is niet gevaarlijk voor mensen. De schubben zijn glad, zonder de kiel van een adder.

Groene kikker
Pelophylax esculentus (groene-kikkercomplex)
‘Groene kikker’ is in Nederland geen enkele soort. Meerkikker, poelkikker en bastaardkikker lijken sterk op elkaar. De bastaardkikker is een hybride. Maten hieronder horen bij dat complex, niet bij één meetlat.

Hazelworm
Anguis fragilis
De hazelworm is een hagedis zonder poten. Hij wordt vaak voor een slang aangezien, maar hij knippert met de oogleden en kan zijn staart afwerpen. Slangen kunnen dat niet.

Heikikker
Rana arvalis
De heikikker is de bruine kikker van veen en natte hei. In de paartijd worden mannetjes kort blauw. Buiten die dagen lijkt hij sterk op de bruine kikker, en dan is de snuit het kenmerk.

Kamsalamander
Triturus cristatus
De kamsalamander is de grootste inheemse watersalamander. Het mannetje heeft in het voorjaar een hoge, getande kam. De buik is oranje met zwarte vlekken.

Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
De kleine watersalamander is de gewone salamander van de tuinvijver. In het voorjaar heeft het mannetje een golvende kam. De kamsalamander is veel forser en heeft een getande kam.

Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
De levendbarende hagedis is de kleine, bruine hagedis van vochtige heide en bosrand. De jongen worden geboren, niet als ei in het zand gelegd. In het uiterste zuiden van het areaal leggen sommige populaties wél eieren.

Muurhagedis
Podarcis muralis
De muurhagedis is de platte, snelle hagedis van muren en rotsen. In Nederland hoort de oorspronkelijke populatie bij Maastricht. Elders in het land zitten ook uitgezette dieren, en dat is niet dezelfde geschiedenis.

Ringslang
Natrix helvetica
De ringslang is een niet-giftige slang van water en broeihopen. Achter de kop zit een lichte, vaak gele kraag. De wetenschappelijke naam is Natrix helvetica, na de splitsing van de vroegere Natrix natrix.

Rugstreeppad
Epidalea calamita
De rugstreeppad heeft een gele lengtestreep over de rug en een luide, ratelende roep. Hij plant zich voort in ondiep water dat snel opwarmt, zoals plassen op bouwland.

Zandhagedis
Lacerta agilis
De zandhagedis is de forsere hagedis van de Nederlandse heide. Mannetjes krijgen in het voorjaar groene flanken. De levendbarende hagedis is kleiner en minder groen.
