Dieren in wetland
Wetland is riet, moeras en een oever die niet strak beschoeid is. Ringslang, bruine kikker en meerkoet gebruiken dat. Een betonnen vijver met vissen is een armer systeem.

Alpenwatersalamander
Ichthyosaura alpestris
De alpenwatersalamander is in het water herkenbaar aan de oranje buik zonder vlekken en, bij het mannetje, een lage kam. Op het land is het dier donker en onopvallend.

Axolotl
Ambystoma mexicanum
De axolotl is een Mexicaanse salamander die normaal gesproken zijn larvale kenmerken houdt: uitwendige kieuwen en een staartvin. In het wild is de soort ernstig bedreigd. Een dier in een aquarium is geen wilde populatie.

Bever
Castor fiber
De Europese bever is het grote knaagdier van rivier en moeras, met een platte schubbige staart. Hij eet planten, geen vis. In Nederland is de soort terug na herintroductie.

Blauwe reiger
Ardea cinerea
De blauwe reiger is de grote grijze vogel aan de slootkant, ook midden in de stad. Hij eet vis, maar ook mollen en muizen in het gras. Een ooievaar is witter en heeft rode poten.

Boomkikker
Hyla arborea
De boomkikker is klein, groen en klimt met hechtschijven aan de tenen. In Nederland is de soort zeldzaam en luidruchtig in de paartijd.

Bruine kikker
Rana temporaria
De bruine kikker is de kikker van het voorjaar: kikkerdril in de sloot, en daarna een leven op het land. De rug is bruin, niet groen.

Bunzing
Mustela putorius
De bunzing is de wilde marter met het lichte masker. De fret is de gedomesticeerde verwant, lichter van kleur en geen wilde soort.

Flamingo
Phoenicopterus roseus
De flamingo op deze pagina is de grote flamingo. De roze kleur komt uit pigmenten in het voedsel. Een witte flamingo is vaak een dier dat die pigmenten mist, niet een aparte Europese soort.

Fuut
Podiceps cristatus
De fuut is de viseter met de zwarte oorpluimen in de zomer. Het is geen eend: de snavel is dolkvormig en de poten staan ver naar achteren. Kuikens rijden op de rug van een ouder.

Gewone steekmug
Culex pipiens
De gewone steekmug is de mug die ’s nachts in huis zoemt. Alleen het vrouwtje steekt, omdat zij bloed nodig heeft voor de eieren. Het mannetje drinkt nectar.

Groene kikker
Pelophylax esculentus (groene-kikkercomplex)
‘Groene kikker’ is in Nederland geen enkele soort. Meerkikker, poelkikker en bastaardkikker lijken sterk op elkaar. De bastaardkikker is een hybride. Maten hieronder horen bij dat complex, niet bij één meetlat.

Heikikker
Rana arvalis
De heikikker is de bruine kikker van veen en natte hei. In de paartijd worden mannetjes kort blauw. Buiten die dagen lijkt hij sterk op de bruine kikker, en dan is de snuit het kenmerk.

Kamsalamander
Triturus cristatus
De kamsalamander is de grootste inheemse watersalamander. Het mannetje heeft in het voorjaar een hoge, getande kam. De buik is oranje met zwarte vlekken.

Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
De kleine watersalamander is de gewone salamander van de tuinvijver. In het voorjaar heeft het mannetje een golvende kam. De kamsalamander is veel forser en heeft een getande kam.

Knobbelzwaan
Cygnus olor
De knobbelzwaan is de grote witte zwaan met een oranje snavel en een zwarte knobbel. Wilde zwaan en kleine zwaan hebben een gele snavel en geen knobbel.

Lantaarntje
Ischnura elegans
Het lantaarntje is een kleine waterjuffer met een lichtblauw ‘lantaarntje’ op het einde van het achterlijf. Mannetjes en vrouwtjes zien er verschillend uit, en vrouwtjes hebben meerdere kleurvormen.

Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
De levendbarende hagedis is de kleine, bruine hagedis van vochtige heide en bosrand. De jongen worden geboren, niet als ei in het zand gelegd. In het uiterste zuiden van het areaal leggen sommige populaties wél eieren.

Meerkoet
Fulica atra
De meerkoet is zwart met een witte snavel en een wit voorhoofdschild. Het is geen eend: de tenen zijn gelobd, niet verbonden door een zwemvlies.

Ooievaar
Ciconia ciconia
De ooievaar is de grote zwart-witte vogel op weidepalen en nesten op daken. Hij kleppert met de snavel in plaats van te zingen. De meeste Nederlandse broedvogels trekken naar Afrika.

Otter
Lutra lutra
De otter is de viseter van schone rivieren en moerassen. De staart is rond en gespierd, niet plat zoals bij een bever. In Nederland was de soort weg en is hij terug, nog steeds schaars.

Ringslang
Natrix helvetica
De ringslang is een niet-giftige slang van water en broeihopen. Achter de kop zit een lichte, vaak gele kraag. De wetenschappelijke naam is Natrix helvetica, na de splitsing van de vroegere Natrix natrix.

Viervlek
Libellula quadrimaculata
De viervlek is een echte libel met een donkere vlek op elke vleugel. Waterjuffers zijn slanker en vouwen de vleugels in rust meestal dicht. Deze soort doet dat niet.

Wilde eend
Anas platyrhynchos
De wilde eend is de bekende eend van de vijver. Het mannetje in prachtkleed heeft een groene kop. Het vrouwtje is bruin. Soepeenden zijn vermengd met tamme eenden en vaak donkerder of bonter.

Zeearend
Haliaeetus albicilla
De zeearend is de grootste roofvogel die in Nederland broedt. Een volwassen vogel heeft een witte staart en een gele snavel. Jonge vogels zijn donkerder en worden vaak met een steenarend verward.
