Bouw
Waarom hebben dieren verschillende lichaamsvormen?
De vorm volgt het gebruik
Een slechtvalk heeft puntige vleugels voor een stoot. Een wilde eend heeft een zeefsnavel. Een paard staat op één hoef, een rund op een gespleten hoef. Een tuimelaar heeft een horizontale staartvin, een vis een verticale.
Die vormen zijn geen stijlkeuze. Ze horen bij voedsel en voortbeweging. Vergelijken van ‘de snelste’ zonder de meting te noemen, haalt een duik en een galop door elkaar.
